Mijn wereldse fascinatie: dualisme

Een maand geleden zat ik bij een werkbespreking te turen naar een werk van een medestudent. Het was eigenlijk niet veel meer dan een zwart canvas. En toch, hierdoor realiseerde me ineens mijn fascinatie voor dualisme. Het fenomeen dualisme is namelijk vrij bijzonder; jij en ik kunnen namelijk niet zonder dualisme leven, noch kan dualisme bestaan zonder zichzelf.
Wat zie ik eigenlijk als dualisme? Nou, zie dualisme als twee uitersten van elkaar, zoals zwart en wit. Als je het eerder genoemde zou uitwerken zou je dit krijgen: het is onmogelijk om een pikzwarte ruimte te zien zonder een associatie met wit. Zelfs als je nu alle lampen uit zou doen, dan zou de ruimte nooit volledig zwart zijn. Als dat zou kunnen, dan zou je zelfs nog de herinnering hebben van wit.

Twee uitersten zoals zwart en wit omcirkelen elkaar en zullen elkaar nooit stoppen met bevechten. In iedergeval, niet in onze werkelijkheid. Op dit moment heb je als mens ‘gewoon’ het ene nodig als maatstaf voor het andere: het is onmogelijk om te zien hoe zwart iets is zonder wit.

Het zijn twee uitersten van elkaar die invloed op elkaar uitoefenen en elkaars maatstaf zijn.

Laten we het abstract maken: de fenomenen orde en chaos. Wanneer je namelijk abstractere vormen bekijkt in dualisme wordt het geval subjectief: stel je eens voor dat middenin een winkelstraat mijn auto parkeer omdat ik nergens anders een parkeerplek kan vinden. Je kunt nu simpelweg antwoorden dat ik niet goed bij m’n hoofd ben omdat een winkelstraat geen parkeerplaats is en je zou dan ook tegen mij zeggen dat ik een andere plek moet gaan zoeken. Een politieagent zou mij waarschijnlijk zelfs een bekeuring geven. Maar het is wel een plek waar ik kan staan en waar ruimte is. Tevens is het een goede parkeerplek voor mij: ik moest namelijk toch in het centrum zijn. Zo kun je concluderen dat de ene zijn orde, andermans chaos kan zijn. Het is simpelweg zo dat de mens zelf nooit objectieve orde kan creëren. Kan God dit? Als mens kan ik dit niet antwoorden, want dan opnieuw creëer ik een subjectieve orde voor mijzelf om dit te snappen.    

Om wel te verduidelijken, dit is niet als Yin-Yang. In het Taoïsme wordt Yin-Yang beschreven als het streven naar harmonie tussen de twee polen in Yin(passief, langzaam, koud, dood, winter, vrouw, nacht, even, maan en water) en Yang (actief, snel, warm, leven, zomer, man, dag, oneven, zon en vuur). Ik zie dualisme daarentegen als iets wat onmogelijk is om weg te denken in onze zondevolle mensenleven, de uitersten zijn gewoonweg elkaars maatstaf. Om aan te vullen: het leven moet niet zijn zoals het Taoïsme, het streven naar harmonie tussen Yin en Yang, maar het leven moet zijn als een groei richting het licht en zijn abstracte identiteit. Dat is iets wat God van ons vraagt. God is immers volledig goedheid!

Geliefde broeders en zusters, vergis u niet: elke goede gave, elk volmaakt geschenk komt van boven, van de Vader van de hemellichten; bij Hem is nooit enige verandering of verduistering waar te nemen.

Jakobus 1: 16 tot 17

Om te concluderen: dualisme is niet weg te denken uit ons leven en uit onze samenleving. Ook abstractere, subjectieve, dualiteiten zijn eenmaal deel van ons dagelijks leven. Dualisme heeft ook een bepaalde schoonheid, een schoonheid die je elke dag om je heen mag zien; van de stortregen en de mensen die droog onder een afdakje staan tot een vader die boos is op een kind terwijl hij van haar houdt.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *